• Boer Jef

Leon schrijft een brief naar huis


Hey mama,

Ik ben hier nu drie maanden op dit kamp en ik schrijf maar om te zeggen dat het goed met me gaat! Ik krijg hier lekker eten..., en veel! Ik kom niks tekort, maar ik denk dat de mensen die hier wonen nog lekkerder eten... : ik kan het ruiken. Als ik groter ben, kan ik eens op de tafel kijken en misschien krijg ik dan ook wel wat van datgene dat die mensen eten.


Ik heb hier al veel vrienden gemaakt. Finn is mijn beste vriendin: ik speel veel met haar. Ik ben groter en veel sterker en dat is plezant, maar ik doe Finn geen pijn hoor! Er is nog een andere hond: Frodo. Ik vind hem niet zo leuk: hij speelt altijd de baas over mij. Ik mag niks van hem: niet aan de mat knabbelen, geen poezen pesten, geen schoenen wegdragen. Als ik nog groter ben, zal ik hem wel een lesje leren. En dan is er Lara: ze lijkt wat op jou, mama: ze heeft ook zo'n zachte oren. Ik zou eens graag in haar poten liggen of haar gewoon knuffelen, maar Lara loopt altijd weg van mij. Dan heb ik wel eens heimwee, mama!


Maar voor de rest is het hier fijn hoor. Kenny en Silke ken ik al goed: zij zijn mijn baasjes. Ze spelen veel met mij en knuffelen mij ook. Maar het zijn mijn baasjes: 's avonds moet ik in een bench slapen... Ik doe dat niet zo graag, maar Finn doet dat ook. Ik kan hier wel goed slapen: soms slaap ik wel tot 's middags!


Ik heb ook al veel geleerd. Als ik mijn behoefte wil doen, moet ik daarvoor naar buiten gaan... Waarom, dat weet ik niet, maar ze vinden dat hier flink.


Verder spelen we heel veel; ik heb zelfs een klein zwembadje gekregen en dat mag wel: het kan hier warm zijn.


Ik probeer ook al konijntjes te vangen... Maar het liefst speel ik met de kindjes... Hier komen zoveel kindjes, mama, en ze zijn zo lief!


Allez, mama, tot binnenkort als ik naar huis kom... of zou ik hier misschien mogen blijven?