• Boer Jef

SLA

Sla heb je tegenwoordig in alle soorten en maten. Zelf sla zetten is niet moeilijk: je kan de jonge plantjes zo kopen of ze zelf zaaien. Wij zaaien onze pluksla zelf, de andere sla-plantjes kopen we.

Pluksla is echt ideaal: je zaait hem uit en je kan na een goeie maand al beginnen te plukken. Zaaien kan in de serre, op je veld of gewoon in potten: handig, vooral als je kleinere hoeveelheden nodig hebt.

Als je echt eens sla wil eten, heb je natuurlijk een krobsla nodig. Vroege sla heb je al uit de serre, latere uit de moestuin. Je kan ook krobsla in een pot zetten, maar eens die geoogst is, is hij natuurlijk weg...

Wees wel op je hoede voor slakken... In de serre hebben we er nauwelijks last van. De sla die ik in de moestuin plantte, werd van de eerste dag al afgegeten. Oplossingen voor slakken? Kommetjes bier ingraven of schaaltjes omgekeerd plaatsen en 's avonds slakken plukken. Het lukt wel hoor, maar dit jaar koos ik toch eens voor slakkenkorrels: er worden heel veel slakken verwacht! Deze korrels zijn biologisch en richten geen schade aan in de natuur.

En dan een experiment. Naar het schijnt zou krobsla terug aangroeien als je de kern in een glas water zet. Dat moesten we natuurlijk eens proberen... en jawel hoor: het werkt! Er groeien terug blaadjes aan de kern... Hoe dat afloopt, hoor je later wel.

Het sla-experiment bracht me op een idee. Wij eten onze sla het liefst met lente-ui. Wij gebruiken hiervoor alleen de groene pijpjes; de echte uitjes gebruiken we zelden. Ik plantte deze uitjes terug uit en inderdaad: ze beginnen al mooi te schieten. Zo eten wij onze sla het liefst: met ajuinpijpjes en een goede kwak zelfgemaakte mayonaise... en dat met gebakken jonge, nieuwe krielpatatjes... Heerlijk!